Duizeligheid onder wate Afdrukken
Geschreven door Administrator   
vrijdag 20 februari 2009 23:22

Desoriëntatie onder water

Desoriëntatie is een toestand waarbij de duiker niet meer in staat is omzijn relatieve positie ten opzichte van de oppervlakte, de bodem of een voorwerp, te bepalen. De ergste vorm van desoriëntatie is de draaiduizeling (vertigo) waarbij de duiker het gevoel heeft dat de omgeving om hem heen draait of dat hij zelf rond tolt.


Fysiologie:

De mogelijkheid om zich te kunnen oriënteren in de ruimte is voor de mens een noodzaak om te kunnen voortbestaan. Onder normale omstandigheden oriënteert de mens zich met behulp van:

  •         het gezichtsvermogen
  •         het evenwichtsgevoel
  •         het tastgevoel in de huid (o.a. de voetzool)
  •         het geluid
  •         de positie van de ledematen

 

Tijdens het duiken wordt de mogelijkheid om zich te kunnen oriënteren bemoeilijkt. Het gezichtsvermogen is in licht of ernstige mate beperkt (modderig water, nacht). Het oriënteren d.m.v. het gevoel en de informatie ver de positie van de ledematen in de ruimte kan gestoord zijn door het verlies van zwaartekracht ten gevolge an het uitgetrimd zijn. De duiker is nu voornamelijk aangewezen op zijn evenwichtsorganen. Indien deze venwichtsorganen ook gestoord zijn, kan draaiduizeligheid het gevolg zijn. Hierdoor komt de veiligheid ernstig n gevaar, vooral wanneer de duiker in paniek raakt.


Er zijn nog wel manieren om zich te oriënteren:

  •         de luchtbellen die vaak nog we waarneembaar zijn stijgen altijd naar de oppervlakte
  •         de benen zakken naar beneden en het hoofd van de duiker naar boven als men zich niet beweegt
  •         uitzetten van met gas gevulde ruimten tijdens opstijgen en worden samengeperst tijdens het afdale (oren, longen, masker)
  •         een weinig water in de bril zal zich altijd beneden bevinden (indien bovenaan dan bevindt de duiker zich ondersteboven)

 

De mens beschikt over twee evenwichtsorganen die links en rechts in het binnenoor zijn gelegen. Het is bekend dat de evenwichtsorganen geprikkeld kunnen worden wanneer tijdens het duiken koud water via de gehoorgang langs het trommelvlies stroomt. Indien een gehoorgang door oorsmeer is afgesloten zal door het koude water slechts het andere evenwichtsorgaan geprikkeld worden, waardoor vertigo het gevolg is.

Bij een trommelvliesperforatie kan dit verschijnsel in versterkte mate optreden. Gelukkig is de duizeligheid meestal van korte duur omdat het koude water in het oor opgewarmd wordt tot lichaamstemperatuur waarbij het evenwichtsorgaan niet meer geprikkeld wordt.
Uit ervaring weet men dat de positie van de duiker invloed heeft op de ernst van de draaiduizeligheidsklachten. Wanneer een duiker zich in een hoek van 30 graden met de oppervlakte bevindt, is er een grote kans op vertigo, bij een hoek van 60 graden met de oppervlakte is de kans op duizeligheid het kleinst. Er zijn vele oorzaken waardoor vertigo onder water kan ontstaan.

 

Een andere vorm is de klaringsduizeligheid (alternobaric vertigo). Indien er moeilijkheden zijn met het klaren van één oor tijdens de afdaling, of bij een bemoeilijkte afvoer van zich uitzettende lucht uit het middenoor tijdens het opkomen, onstaat er een drukverschil tussen beide middenoren waardoor het ene evenwichtsorgaan eer geprikkeld wordt dan het andere. Er ontstaat een storing in de informatieverwerking en er treedt uizeligheid op. Het grootste gevaar bij alle vormen van duizeligheid is de eventueel optredende angst en
misselijkheid, soms gepaard gaande met braken.


Eerste hulp/behandeling:

  •        bij het afdalen iets opkomen en bij het opkomen iets afdalen, oren opnieuw klaren en opnieuw
  •        proberen.
  •        rustig blijven en niet in paniek raken
  •        in een hoek van 60 graden met het oppervlakte gaan zwemmen
  •        na opkomen medische hulp zoeken

 

Preventie:
Door ervaringsfeiten met betrekking tot oriëntatie toe te passen en in een hoek van 60 graden met de oppervlakte gaan zwemmen kan men duizeligheid vaak voorkomen.